Ik weet niet meer hoe ik heet..

Ik weet nog dat, toen ik nog heel klein was, ik in een huis woonde, met mensen. Ik weet nog dat de mensen me in hun armen nam en me knuffelden en zachtjes tegen me praatten.. Ze zeiden dat ik de liefste en de zachtste en de wolligste was van de hele wereld. Ik weet nog dat het altijd warm en veilig was.

Toen ik groter werd knuffelden de mensen mij niet meer. Soms schreeuwden ze tegen me als ik rommel maakte. Toen zei iemand dat ik te vies was en ze stopten me in een hok achter hun huis. Al gauw keek er helemaal niemand meer naar mij om. Ze kwamen alleen om wat brokjes in mijn voerbak en water in mijn drinkfles te doen. Geen aaitjes, geen lieve woordjes. Soms had ik het heel heet en later kreeg ik het flink koud.

Op een dag hoorde ik de mensen praten: "Het is beter voor hem als hij vrij is, bij zijn soortgenoten. Hij kan zichzelf wel redden. Bovendien is daar eten en zijn daar schuilplaatsen."
Ze stopten me in een kartonnen doos en reden een eind met me in de auto. Ik kan me nog herinneren dat ik wel eerder in die auto was geweest, toen ik nog heel klein was. Toen brachten ze me naar hun huis nadat ze me hadden gekocht in een dierenwinkel. De mensen haalden me uit de doos en zetten me op de grond.

Het was best eng. Ik herkende helemaal niets. Alles was vreemd. Toen draaiden de mensen zich om, liepen weg, stapten weer in de auto en reden weg. Ik was erg bang en ik wist zeker dat ze zo terug zouden komen dus bleef ik stil zitten en ik wachtte. Ik wachtte een hele lange tijd. De zon begon te verdwijnen en het werd kouder. De wind die kwam was snijdend. Al gauw werd het donker. De mensen kwamen niet terug...

Een paar andere konijnen kwamen te voorschijn en snuffelden aan me. Een van hen stompte me, een ander beet me en weer een ander verscheurde mijn oor. Dat deed echt pijn. Ik huilde en rende weg. Ik probeerde om een schuilplaats te vinden, maar overal waar ik keek en heen rende waren al andere konijnen en die joegen me weg. Het was nu echt helemaal donker en heel erg koud en ik was hongerig en dorstig. Ik rook voedsel en ging er op af, maar andere konijnen joegen me weg. Ik huilde weer.

Mijn vacht is niet glad en glanzend meer. Hij is vies en haveloos. Ik weet niet hoe lang ik hier al ben. Ze noemen het hier "Het Dumpweitje". Soms komen er een paar mensen en die laten eten achter. Het is geen best eten. Een keertje kwam er een mens en ik dacht dat ik haar kende. Ik wou naar haar toegaan, maar toen bedacht ik me ineens, dat mensen mij niet meer willen. Ik rende weer de bosjes in. Ik heb nooit genoeg te eten omdat ik niet dapper genoeg ben om te vechten voor mijn eten. Dus moet ik maar eten wat anderen overlaten en dat is meestal heel erg weinig. Ik ben nooit warm en droog. De enige plek waar ik me op kan rollen en verbergen is modderig en vochtig. Soms herinner ik me de betere dagen, maar hoe langer hoe meer lijken die dagen op een droom uit het verleden...

 

 

Ik huil nog steeds af en toe...
...Ik weet niet meer hoe ik heet...

***

 

 

 
terug